Asbest veelgestelde vragen 2018-06-19T10:14:52+00:00

Asbest – veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een asbestinventaris bij sloop en een asbestinventaris bij normaal gebruik? 2018-06-05T13:30:35+00:00

Voor de aanvang van de werkzaamheden (b.v. asbestverwijderingswerken, sloopwerken, renovatiewerken of andere werken die aanleiding kunnen geven tot blootstelling aan asbest) , vult de werkgever die tevens opdrachtgever voor deze werkzaamheden is, de inventaris aan met gegevens over de aanwezigheid van asbest en asbesthoudend materiaal in de gedeelten van gebouwen, de machines en installaties die moeilijk bereikbaar zijn en die in normale omstandigheden geen aanleiding kunnen geven tot blootstelling aan asbest. In dat geval mag intact materiaal dat in normale omstandigheden niet wordt beroerd, beschadigd worden door monsternemingen.

Asbestinventaris: welke verplichtingen heb ik? 2018-06-05T13:42:33+00:00

Als particulier
Tot op heden bestaat er nog geen verplichting voor particulieren tot de opmaak van de asbestinventaris. De Federale Wetgeving (KB van 16 maart 2006) legt de werkgever de verplichting op om de werknemers te vrijwaren van asbestblootstelling. De Vlaamse overheid werkt, in het kader van het asbestafbouwplan, momenteel aan regelgeving die het ook voor particulieren verplicht zal maken om over een asbestinventaris te beschikken.

Als eigenaar van een gebouw
Het is de werkgever die de asbestinventaris moet opstellen en de nodige maatregelen moet nemen om de blootstelling van de werknemers zo laag mogelijk te houden. Indien nodig vraagt hij hiertoe alle nuttige informatie op bij de eigenaren.
Titel 3 betreffende asbest van boek VI van de codex legt dus verplichtingen op aan de werkgever, maar niet aan de eigenaar van het gebouw. De werkgever is aldus afhankelijk van de eigenaar van het gebouw om de wetgeving te kunnen naleven.
Wanneer die eigenaar eveneens een werkgever is die personeel tewerkstelt in datzelfde gebouw is de oplossing nog vrij eenvoudig. De eigenaar is als werkgever ook onderworpen aan de bepalingen van titel 3 van boek VI van de codex. Bovendien moet hij met andere werkgevers (dus ook huurders) samenwerken. Hier is er dus nog steeds een rechtstreekse afdwingbaarheid mogelijk.
In vele gevallen is de eigenaar van het gebouw geen werkgever. Dan zal de werkgever-huurder moeten rekening houden met de bepalingen van het burgerlijk wetboek betreffende de huurovereenkomst (Burgerlijk Wetboek) of handelshuurovereenkomst en met de concrete inhoud van het huurcontract.
De werkgever-huurder kan de eigenaar in vrijwaring roepen wanneer een gebouw ernstig besmet is door asbest, zodat deze verhuurder volledig moet instaan voor de verwijdering van het asbest. Indien de contaminatie minder groot is, moet onderzocht worden of de uit te voeren werken kunnen beschouwd worden als herstelwerkzaamheden. Grote herstellingen zijn ten laste van de verhuurder, kleine herstellingen zijn ten laste van de huurder. De werkgever-huurder zal er dus het beste aan doen de verhuurder in gebreke te stellen. De eigenaar zal dus moeten tussenkomen op basis van de beginselen van het burgerlijk recht. Dit betekent nochtans niet dat hij noodzakelijkerwijze op strafrechtelijk vlak vrijuit gaat. Indien hij opzettelijk zijn medewerking weigert kan hij als mededader of medeplichtige vervolgd worden.
Dezelfde redenering kan worden gevolgd wanneer verschillende werkgevers een gebouw huren van een eigenaar. Zij kunnen hun krachten bundelen. Indien er ook privé-personen huurder zijn, zullen hen slechts indirect bepaalde verplichtingen kunnen opgelegd worden via de huurovereenkomst.

Als werkgever
De werkgever is verplicht een inventaris op te maken van al het asbest en alle asbesthoudend materiaal in alle delen van de gebouwen, behalve in de gedeelten die moeilijk bereikbaar zijn en die in normale omstandigheden geen aanleiding kunnen geven tot blootstelling aan asbest. Deze bepaling geldt reeds sinds 1995. Indien nodig vraagt hij hiertoe alle nuttige informatie op bij de eigenaren.
Bij het opstellen en het bijwerken van de inventaris kan de werkgever zich laten bijstaan door een laboratorium, erkend voor de identificatie van asbestvezels in materialen.
Wanneer uit deze inventaris blijkt dat er asbest in de onderneming aanwezig is, stelt de werkgever bovendien een beheersprogramma op. Dit programma heeft tot doel de blootstelling aan asbest van de werknemers, die al dan niet behoren tot het personeel van de onderneming, zo laag mogelijk te houden. Het beheersprogramma omvat:

    • een regelmatige beoordeling, minstens eenmaal per jaar, door middel van visuele inspectie van de toestand van het asbest en het asbesthoudend materiaal;
    • de toe te passen preventiemaatregelen;
    • de maatregelen die genomen worden met een overeenkomstige werkplanning wanneer blijkt dat het asbesthoudend materiaal in slechte staat verkeert of zich bevindt op plaatsen waar het beroerd of beschadigd kan worden (b.v. fixeren, inkapselen, onderhouden, herstellen of verwijderden).

De inventaris en het beheersprogramma worden regelmatig bijgewerkt.

Wat houdt een destructief onderzoek in? 2018-05-07T08:02:40+00:00

In tegenstelling tot bij een asbestinventaris voor normaal gebruik, zal bij een asbestinventarisatie in het kader van geplande werken, destructief te werk worden gegaan. Dit houdt in dat er beschadigingen kunnen worden aangebracht. Zo zal bij voorbeeld een gat worden gemaakt in een verlaagd plafond in gipskartonplaten om na te gaan welke materialen er zicht boven deze platen bevinden.

Zelfs bij een destructief onderzoek, bestaat de kans dat er asbesthoudende materialen niet bereikbaar zijn. Zo kunnen ondergrondse leidingen, funderingen, materialen die zich achter een gemetselde muur bevinden,… niet in de inventaris zijn opgenomen en pas tijdens de sloopwerken ontdekt worden.

Bestaan er erkenningen voor de inventarisatie van asbest? 2018-05-07T08:02:56+00:00

Tot op heden bestaan er, jammer genoeg, in België geen erkenningen voor de opmaak van een asbestinventaris. Bij het opstellen en het bijwerken van de inventaris kan de werkgever zich laten bijstaan door een laboratorium, erkend voor de identificatie van asbestvezels in materialen.
Asper is door de FOD WASO erkend voor de identificatie van asbestvezels in materialen.

Moet er voor een recent gebouw ook eenr asbestinventaris opgemaakt worden? 2018-05-07T08:01:16+00:00

In principe maakt het KB van 16 maart 2016 geen onderscheid tussen recente en oude gebouwen. Gezien de verkoop en het gebruik van asbesthoudende materialen (behoudens enkele specifieke uitzonderingen) verboden is sinds 1998, kunnen we stellen dat recente gebouwen (sinds 1999) asbestvrij zijn. Voor deze recente gebouwen kan een verklaring van de werkgever volstaan als asbestinventaris.

Is de asbestinventaris 100% volledig? 2018-05-07T08:01:25+00:00

De opmaak van een asbestinventaris is een inspanningsverbintenis. Onze specialisten stellen alles in het werk om de inventaris zo volledig mogelijk te maken. 100% volledigheid garanderen is echter niet mogelijk.
Zelfs bij een destructief onderzoek, bestaat de kans dat er asbesthoudende materialen niet bereikbaar zijn. Zo kunnen ondergrondse leidingen, funderingen, materialen die zich achter een gemetselde muur bevinden,… niet in de inventaris zijn opgenomen en pas tijdens de sloopwerken ontdekt worden.

Waarom voor Asper kiezen voor de opmaak van mijn asbestinventaris? 2018-05-07T08:03:34+00:00

We onderscheiden ons van onze concullega’s door onze aanpak. Het hele proces van inventarisatie en rapportage werd ontworpen met kwaliteit als belangrijkste toetssteen.

Opleiding:
Elke inspecteur krijgt, los van ervaring en voorkennis, een intern opleidingstraject van 6 maanden. Tijdens dit traject wordt theoretische en praktische kennis van de verschillende aspecten van onze dienstverlening opgedaan. Tussentijdse evaluaties en externe opleidingen zorgen er voor dat de inspecteur een asbestspecialist wordt. Indien het traject met een gunstige evaluatie werd afgerond, zal de inspecteur gedurende een volgende periode van 6 maanden worden toegevoegd aan een ervaren inspecteur. Pas na een gunstige evaluatie van dit ervaringstraject, kan de inspecteur zelfstandig instaan voor asbestinventarissen.

Veldwerk:
Het veldwerk wordt in de regel steeds uitgevoerd door 2 inspecteurs van Asper, waarvan minimaal één inspecteur meer dan een jaar ervaring heeft. Enkel kleine opdrachten, waarbij door de opdrachtgever een begeleider wordt voorzien, worden door één ervaren inspecteur uitgevoerd. Door het veldwerk met 2 inspecteurs uit te voeren, wordt niet enkel de veiligheid gegarandeerd. De opdrachten kunnen efficiënter en kwaliteitsvoller worden uitgevoerd.

Rapportage:
Onze rapporten bevatten uiteraard alle wettelijk verplichte onderdelen. Daarnaast maken we er een punt van om de leesbaarheid zo groot mogelijk te maken. Een asbestinventaris moet niet enkel leesbaar zijn voor de inspectiediensten en de gespecialiseerde aannemers, maar ook voor de leek in de materie.
Elk rapport wordt, alvorens het naar de klant wordt gestuurd, nagelezen op inhoud en vorm.